1. Participerende observatie
    De eerste 2 à 3 weken zal de ondersteuner participerend observeren en de tijd nemen om gesprekken te voeren met leerling, klastitularis, zorgcoördinator/ leerlingbegeleider, ouders,… In deze periode verheldert de ondersteuner de hulpvraag en brengt hij/zij in kaart welke acties de school al ondernomen heeft. Een goede beginsituatie zal de kwaliteit van de ondersteuning verhogen: hoe duidelijker de onderwijsbehoeften van de leerling en de ondersteuningsnoden van de leerkracht zijn geformuleerd, hoe doelgerichter de ondersteuning kan ingevuld worden.
  2. Opstartgesprek
    Na deze periode heeft de ondersteuner voldoende informatie verzameld om een voorlopig plan van aanpak op te stellen. Dit plan wordt besproken met alle betrokken partijen (ouders, klastitularis, zorgcoördinator/leerlingbegeleider, ondersteuner, eventueel externe therapeuten) tijdens een opstartgesprek. In alle openheid bepalen de betrokken partijen samen de doelstellingen van de ondersteuning en wordt afgesproken wie wat doet. Deze besluiten worden door de ondersteuner in het groeidocument genoteerd.
    Het is aan te raden om op het einde van dit gesprek reeds een evaluatievergadering (max. 4 maand later) vast te leggen. Op deze manier kan de ondersteuning in overleg snel bijgestuurd worden indien dit nodig is.
  3. Ondersteuning
    Een groot onderscheid tussen de vroeger GON-werking en de huidige ondersteuning, is dat er bij ondersteuning meer nadruk wordt gelegd op leerkracht- en teamgerichte ondersteuning. Dit kan in verschillende vormen:
    – co-teaching: de leerkracht en ondersteuner staan samen voor de klas;
    – leerkracht en ondersteuner brainstormen samen over individuele redicodis-maatregelen voor een leerling waarna de leerkracht de maatregelen uittest. De nadruk ligt meer op het ondersteunen van het traject i.p.v. het zelf uitvoeren;
    – ondersteuner en leerkracht/zorgcoördinator denken samen na over het zorgbeleid van de klas (en indien haalbaar school);
    – de ondersteuner geeft een infosessie of workshop rond bepaalde onderwerpen;
    – de ondersteuner en het lerarenteam bekijken samen het curriculum en duiden aan wat basis en uitbreiding is zodat er nog gerichter kan gedifferentieerd worden;
    – …
    De ondersteuning kan inhoudelijk en praktisch wijzigen doorheen het schooljaar. De intensiteit, inhoud en frequentie worden aangepast aan de veranderende onderwijsbehoeften van de leerling en ondersteuningsbehoeften van de scholen. Dit gebeurt telkens in overleg met alle partijen.