Wanneer het groeiproces en/of het welbevinden van een leerling op school in het gedrang komt, kan de school het CLB om hulp vragen. Het CLB zal dan onderzoeken op welke manier deze leerling verder kan geholpen worden. Daarvoor verzamelen ze op verschillende manieren informatie: ze observeren de leerling, ze voeren gesprekken met de leerkracht/ de ouders/ de leerling/…, ze nemen testen af,… Vervolgens leggen ze alle informatie samen en formuleren ze een advies. Voorbeelden van een advies zijn:

  • Maatregelen die de school kan toepassen om het kind te helpen;
  • Doorverwijzing naar een externe partner (bv. logopedist, revalidatiecentrum, psycholoog, thuisbegeleiding…)
  • Opstarten van ondersteuning.

Wanneer er voor ondersteuning wordt gekozen, zal het CLB een document opmaken waarmee de ondersteuning kan aangevraagd worden. Er zijn 2 soorten documenten:

  • Gemotiveerd verslag: wanneer het CLB hiervoor kiest, veronderstellen alle partners dat de leerling de eindtermen (met Redicodis-maatregelen) kan bereiken. De leerling zal dus in het gewoon onderwijs blijven en kan zijn getuigschrift/diploma halen.
  • Verslag: wanneer een verslag geschreven wordt, veronderstellen alle partners dat de leerling de eindtermen (met maatregelen) niet kan bereiken. De leerling kan dus zijn getuigschrift/diploma niet behalen. Een verslag zorgt voor 2 keuzes:
    1. de leerling blijft in het gewoon onderwijs maar krijgt een aangepast leerprogramma
      (= IAC = Individueel Aangepast Curriculum)
    2. de leerling gaat naar het buitengewoon onderwijs

Bij het voortraject is er dus nog geen ondersteuner van het WAN-team betrokken.

Het is niet altijd eenvoudig om te achterhalen of ondersteuning van het WAN-team een antwoord op de vragen van de leerling en de school kan bieden. Daarom werken het WAN-team en de CLB’s nauw samen: de CLB-medewerkers kunnen de coördinatoren en de pedagogisch begeleider van het WAN-team betrekken bij hun onderzoek. Wil je meer weten over deze samenwerking, lees dan alle info in dit document !